Behandeling algemeen

Insuline

Insuline is het meest effectieve middel om hoge glucosewaarden te verlagen. Het kan echter niet als tablet worden geslikt. Insuline is een eiwit en zou door vertering in uw maag onwerkzaam worden gemaakt. Insuline wordt per injectie of pomp toegediend.

Het geeft meer kans op lage glucosewaarden (hypo's) en gewichtstoename dan sommige glucoseverlagende tabletten. Diabetes type 2 wordt dan ook behandeld met tabletten zolang dat kan. Dat wil zeggen: zolang uw bloedglucose daarmee binnen de streefwaarden blijft en zolang de daarvoor nodige tabletten worden verdragen. Zo kunnen buikklachten bij een hoge dosis metformine voor sommige mensen een reden zijn om over te gaan op insuline.

Met de insulinepennen en -naaldjes van tegenwoordig is het spuiten voor de meeste mensen gelukkig geen probleem. Aan het omgaan met lage glucosewaarden hebben we een apart hoofdstuk gewijd.

Behandeling met insuline is altijd nodig bij diabetes type 1, omdat de eigen insulineproductie onherroepelijk verloren is gegaan. Maar ook bij diabetes type 2 kan insuline om diverse redenen nodig zijn.

Wanneer het met verbeteringen in leefstijl en tabletten niet (of niet meer) lukt uw diabetes goed te regelen, is behandeling met insuline de volgende stap. Dat komt door de aard van de ziekte. Als het lichaam ongevoelig wordt voor insuline (bijvoorbeeld door overgewicht), is meer insuline nodig om de bloedglucose normaal te houden

Diabetes type 2 ontstaat als de alvleesklier niet meer voldoende insuline kan afgeven om te voldoen aan die verhoogde behoefte. Met tabletten kan het evenwicht tussen de vraag naar insuline en de afgifte ervan vaak wel jarenlang worden bewaard.

Maar diabetes type 2 is een ziekte die voortschrijdt: in de loop der jaren zal de insuline afgifte altijd verder dalen. Hoe jonger u was toen u diabetes kreeg, hoe minder insuline wordt afgegeven, of hoe ongevoeliger voor insuline u bent, hoe groter de kans wordt dat u ooit insuline nodig heeft. Dat is bij ongeveer een derde van de mensen met diabetes type 2 het geval.

Als de glucosewaarden bij vaststelling van de diabetes erg hoog zijn wordt meestal direct met insuline gestart. Na verbetering van de glucosewaarden en de algemene conditie kan de insuline soms worden gestaakt en alsnog worden overgegaan op tabletten.

Insuline kan ook tijdelijk nodig zijn wanneer u flink ziek bent, en daarvoor opgenomen bent in het ziekenhuis. Insuline wordt bovendien vaak rond operaties gebruikt, en vrijwel altijd tijdens zwangerschapsdiabetes.

Als behandeling met insuline bij u wordt overwogen, is dat het moment om te starten met zelfcontrole, als u dat nog niet deed. Zelfcontrole wil zeggen dat u zelf via een vingerprik uw glucosewaarden bepaalt m.b.v. een bloedglucosemeter. U kunt dan zien wat het effect van uw medicijnen is en wat er met uw glucosewaarden gebeurt wanneer u heeft gegeten of lichamelijk actief bent geweest.

Als u zich bewuster wordt van de invloed van voeding, lichaamsbeweging en medicijnen op uw glucosewaarden kan dit inzicht al leiden tot een verbetering van uw HbA1c. Het HbA1c is de bepaling die een beeld geeft van uw gemiddelde glucosewaarden van de voorafgaande 2-3 maanden.

Het advies om over te gaan op insuline zal meestal worden gegeven als het ondanks verbeteringen in leefstijl met de medicatie die u gebruikt niet (of niet meer) lukt uw HbA1c onder de streefwaarde van 53 mmol/mol te krijgen of te houden.

Dat is de algemene streefwaarde die uw zorgverleners hanteren om de kans op complicaties zo klein mogelijk te maken. Soms, bijvoorbeeld bij mensen boven de 70 jaar, wordt voor een hogere waarde gekozen. Ook een beroep waarbij insulinebehandeling een bezwaar is (zoals buschauffeur) kan een reden zijn de overstap naar insuline nog even uit te stellen.

De keuze voor het spuitschema waarmee u start (meestal 1 of 2 maal daags) hangt af van het tijdstip waarop uw glucosewaarden het hoogst zijn: nuchter of juist later op de dag. U start met een lage dosis, die langzaam  wordt opgehoogd tot uw glucosewaarden weer min of meer normaal zijn.

Bij het begin van de behandeling met insuline kunt u een paar kilo aankomen. Hoe komt dat? Insuline zorgt ervoor dat glucose beter in de lichaamscellen wordt opgenomen. Als daardoor de bloedglucose daalt tot onder ongeveer 10-12 millimol per liter plast u geen glucose meer uit, en verliest u geen calorieën meer via de urine … Laat u door die kilootjes dus niet uit het veld slaan, het betekent dat uw glucoseregulatie is verbeterd!

Na het starten van insuline wordt doorgegaan met de metformine tabletten, omdat het een gunstig effect heeft op de insulinewerking, op het gewicht en op hart en vaten.

Wordt bij u insulinebehandeling overwogen, en wilt u weten hoe dat in zijn werk gaat? Bekijk dan de nadere info module “Over op insuline”.