Nadere info module "Over op insuline"

Aandachtspunten

U zult merken dat het in balans houden van uw diabetes in het dagelijks leven bij gebruik van insuline meer aandacht vergt dan voorheen. Zo is bij overgaan op insuline (of op een ander soort of schema) overleg met uw diëtist van belang voor een goede balans met uw voeding.

Sport, reizen en ziekte kunnen bij insuline makkelijker tot te lage of hoge glucosewaarden leiden als u geen voorzorgsmaatregelen treft. Op die onderwerpen wordt dieper ingaan in andere hoofdstukken. De bijbehorende infobladen "Hoe voorkom ik een hypo bij inspanning?", "Goed voorbereid op reis" en "Wat doe ik als ik ziek ben?" kunnen u zo nodig concreet houvast geven.
Als u binnenkort met insuline start (of net bent gestart) raden wij u aan deze infobladen goed door te lezen, ook als u dat al eerder heeft gedaan. U vindt ze via Schema’s bovenaan uw scherm.

Eerst kort iets heel praktisch: hoe bewaart u insuline thuis en wat doet u ermee als u op pad gaat? Klik hier en u vindt de adviezen in een infoblad.

Aandacht voor uw spuittechniek blijft nodig, ook als u al lang insuline gebruikt. Spuit u vaak op dezelfde plaats (of met een eerder gebruikt naaldje) dan kunnen op den duur verdikkingen ontstaan in het onderhuidse vet. Die harde plekken of bobbels noemen we spuitplekken of spuitinfiltraten. Op het plaatje ziet u een spuitplek naast de navel.

Omdat die plekken minder gevoelig zijn kan het aantrekkelijk lijken juist daar te spuiten, maar dat moet u vooral niet doen! Als u in zo'n harde plek spuit, bereikt de insuline de bloedvaatjes veel moeilijker, wat de glucose regulatie ongunstig beïnvloedt. En spuit u nu eens in onbeschadigde huid, en dan weer in een bobbel, dan zullen uw glucosewaarden nog meer schommelen.

Spuitplekken kunt u voorkomen door binnen een lichaamsdeel steeds minstens 1 cm naast een vorige plaats te spuiten, ofwel door te roteren. Uw zorgverlener zal u helpen uw injectieplaatsen regelmatig te controleren om eventuele verhardingen vroeg op te kunnen sporen. Ze verdwijnen meestal geleidelijk als u daar niet meer spuit.

Tenslotte, weten wat u het beste zou kunnen doen of laten mag dan wel de basis zijn voor de overstap naar insuline, het elke dag omgaan met insuline is en blijft een leerproces.

Het aanpassen van de dosis, de soort insuline of het schema wanneer dat nodig is, is zelfs een verhaal apart. U kunt het zien als een soort spel dat u samen met uw zorgverlener speelt, met als doel het zo normaal mogelijk houden van uw glucosewaarden bij het leven dat u wilt leven. Zo maakt u samen de keuzes die het beste bij u passen. En, al doende leert men!