Over op insuline

Insuline soorten en schema's

insuline werkingsduur

Er zijn diverse soorten insuline, die vooral verschillen in werkingsduur: van kort tot langwerkend, en mengsels daarvan. Op basis van de zogeheten werkingsprofielen zijn daardoor meerdere injectie schema's mogelijk. Langwerkende insulines hoeven minder vaak op een dag te worden gespoten dan kort- of snelwerkende insulines.

Enkele voorbeelden van die profielen ziet u rechts op dit scherm. Wilt u de verschillende insulines of hun profielen op een rij zien, klik dan onder op het betreffende overzicht.

Als u bij of na tabletten insuline gaat spuiten wordt vaak gekozen voor 1 of 2 injecties per dag met middellang tot lang werkende insuline, of een mengsel bij 2 maal daags.

Meermaal daags insuline betekent in de praktijk soms 3, meestal 4 injecties per dag. Bij elke maaltijd wordt kort- of snelwerkende insuline gespoten, in combinatie met 1 maal daags middellang- of langwerkende insuline.

Een meermaal daags schema kan nodig zijn wanneer u zeer ongevoelig bent voor insuline en daardoor veel insuline nodig heeft. Omdat een grote hoeveelheid insuline op een plek pijnlijker is bij spuiten en langzamer in het bloed wordt opgenomen wordt vaak een maximum van 50 eenheden per injectie aangeraden. Een hoge dosis zal dan over meerdere injecties per dag verdeeld moeten worden.

Met een meermaal daags schema kunt u uw glucosewaarden ook beter sturen. Voor zo'n schema wordt dus vaak gekozen door mensen die flexibel willen kunnen omgaan met het tijdstip waarop ze eten, de hoeveelheid koolhydraten en inspanning.

Een insulinepomp met kort- of snelwerkende insuline benadert de gezonde situatie van op afroep beschikbare insuline nog het meest. Via een onderhuids naaldje in de buik komt dan continu wat insuline binnen. De pomp kan worden geprogrammeerd, bijvoorbeeld voor een lagere dosis als u slaapt. Als u meer wil weten over insuline behandeling met een insulinepomp, dan kunt u daar op deze website meer overlezen. Op deze website vind u uitleg en demonstratie van diverse pompen, ook kunt u met behulp van een keuzehulp kijken welke pomp het beste bij u past.

Als u kort- of snelwerkende insuline gebruikt in een meermaal daags schema of in een insulinepomp, kunt u leren om zelf de insulinedosis aan te passen aan wat u wilt eten, of hoeveel u gaat sporten. U kunt ook leren om zo nodig hoge glucosewaarden te corrigeren met extra insuline. Dat zelf aanpassen van de dosis noemen we zelfregulatie. We bespreken dat bij de "meer over zelfregulatie" in het hoofdstuk over zelfcontrole.

Hieronder vindt u een overzicht van de gangbare insulines en de werkingprofielen: