Nadere info module "Meer over neuropathie"

Autonome neuropathie

Autonome zenuwschade verstoort de zweetproductie in uw huid en de werking van uw inwendige organen.
Deze zenuwschade leidt in uw voeten tot een warme droge huid, vaak met kloofjes en uitgezette aders op de voetrug. U weet inmiddels dat dat bijdraagt aan het ontstaan van een voetzweer. Een enkele keer hebben mensen juist last van meer zweten dan normaal.

Autonome stoornissen kunnen in uw organen tot diverse klachten leiden, zoals u op het schema kunt zien. We bespreken ze zo stuk voor stuk.

Autonome schade kan ook een rol spelen bij het niet tijdig voelen aankomen van een hypo. Dit wordt uitgelegd bij de nadere info van het hoofdstuk "Lage glucose".

Onderzoek wijst uit dat bij veel mensen met diabetes autonome stoornissen aantoonbaar zijn, vrijwel altijd in combinatie met de gevoelsstoornissen die we hebben besproken. Veel mensen merken er niets of nauwelijks wat van. Autonome schade begint sluipend in alle organen, en neemt geleidelijk toe.

Klachten ontstaan meestal in een latere fase. Veel mensen worden zich er pas van bewust als gerichte vragen worden gesteld naar de klachten en verschijnselen zoals beschreven in het schema. Die vragen horen bij de jaarcontrole van uw diabetes, met het doel eventuele stoornissen zo vroeg mogelijk vast te stellen.

Bij alle vormen van diabetische neuropathie (en dus ook bij autonome stoornissen) is een goede glucoseregulatie de beste manier om de schade en last te beperken.

Hart en vaten

Schade aan de autonome zenuwen, die de werking van uw hart en bloedvaten regelen, beïnvloedt uw hartritme en uw bloeddruk, en vermindert het voelen van pijn als u hartklachten heeft.

Het uit zich vaak het eerst als een snellere hartslag dan normaal in rust of als u slaapt, maar daar zult u niet veel van merken. Als u zich inspant hoort uw hartslag sneller te worden, en uw bloeddruk hoger. Bij autonome schade gebeurt dat niet, en dat kan een van de oorzaken zijn dat u zich minder kunt inspannen dan voorheen.

Als u opstaat van uw bed (van liggen direct naar staan) hoort uw bloeddruk niet te dalen. Bij autonome schade kan dat wel gebeuren. U kunt dat merken als een licht gevoel in het hoofd bij opstaan, of duizeligheid die het lopen kan bemoeilijken. Wij noemen dat verschijnsel: orthostatische hypotensie. Orthostatisch betekent bij het rechtop staan, en hypotensie lage bloeddruk.

Het is door uw zorgverlener eenvoudig vast te stellen door uw bloeddruk te meten, eerst liggend, dan staand. Een sterke bloeddrukdaling bij opstaan kan echter ook andere oorzaken hebben. Zo kan het optreden na een lange periode van bedrust, of bij gebruik van sommige bloeddruktabletten of anti-depressiva. Er zijn diverse maatregelen die helpen om zo min mogelijk last te hebben van dat bloeddrukprobleem.

Autonome zenuwschade kan er toe leiden dat u de pijn van hartklachten niet goed voelt. Het verklaart ook waarom een hartinfarct bij iemand met diabetes soms niet direct wordt herkend, als het zonder de kenmerkende pijn op de borst verloopt. We spreken dan van een stil hartinfarct.

Als u moeite heeft met inspanning, met of zonder benauwd of drukkend gevoel op de borst, bespreek die klachten dan altijd met uw arts. Ook als u geen inspanningsgebonden klachten heeft is het verstandig om met uw huisarts te overleggen voordat u ineens flink gaat sporten. Een sportkeuring kan een zinvol advies zijn.

Maag en darm

Autonome neuropathie kan maag- en darmklachten veroorzaken. Omdat maag- en darmklachten heel vaak voorkomen hoeft neuropathie niet de oorzaak van uw klachten te zijn, en wordt soms geen verband met uw diabetes gelegd. Het is belangrijk dat u en uw arts wel aan die mogelijkheid denken, zeker als geen andere oorzaak wordt gevonden.

Autonome zenuwschade heeft vooral een remmend effect op de bewegingen van het maagdarmkanaal. In de slokdarm kan dat leiden tot zuurbranden, soms met pijn achter het borstbeen die lijkt op hartklachten.

Lastiger is de vertraagde maagontlediging, die gastroparese wordt genoemd. Het veroorzaakt niet alleen maagklachten, maar verstoort ook uw glucoseregulatie. Door de verstoorde maagbeweging wordt vast voedsel slecht gemengd en verteerd. Daardoor raakt de opname in het bloed van voedingsstoffen (zoals koolhydraten) en tabletten verstoord. De maagklachten bestaan uit een opgeblazen en vol gevoel, opboeren, misselijkheid, en soms braken van onverteerd voedsel. Sommige mensen hebben opvallend weinig last van deze klachten, terwijl de maagontlediging wel gestoord is.

Te trage opname van koolhydraten kan sterk wisselende glucosewaarden veroorzaken. Als u insuline bij de maaltijden spuit kan een hypo optreden als de koolhydraten nog niet in het bloed zijn aangeland terwijl de insuline al werkt. Omgekeerd kan de glucose later juist stijgen als de insuline al is uitgewerkt wanneer de koolhydraten eindelijk in het bloed worden opgenomen. Ook een vertraagde opname van glucose verlagende tabletten in het bloed kan tot glucoseschommelingen leiden.

Een gestoorde maagontlediging kan worden aangetoond door onderzoek met een radio-actieve maaltijd. Frequente zelfcontrole en aanpassing van uw medicatie (bijvoorbeeld (ulta-)kortwerkende insuline na de maaltijd i.p.v. ervoor) zal helpen uw glucosewaarden goed te regelen.

Vertraagde beweging van de dikke darm leidt vaak tot verstopping. Diarree komt zelden voor, maar kan erg hinderlijk zijn, zeker als het gepaard gaat met het niet kunnen ophouden van de ontlasting.

Uw klachten kunnen verminderen met een goede glucoseregulatie en aanpassing van uw voeding in overleg met uw diëtist. Sommige mensen hebben baat bij medicijnen die de maag- en darmontlediging stimuleren.

Blaas en seksuele functies

Bij diabetes komt een gestoorde blaasfunctie door autonome zenuwschade vaak voor, vooral op hogere leeftijd. U merkt het aan moeilijk plassen, een minder krachtige straal en soms een gevoel niet helemaal uit te plassen. Als urine achterblijft heeft u meer kans op een blaasontsteking. Een overvolle blaas maakt dat u de plas laat lopen bij de geringste aandrang. Veel drinken, blaastraining en medicijnen die de blaaslediging bevorderen kunnen de klachten verminderen. Heel soms is het nodig om de blaas zelf met een slangetje te legen.

Autonome neuropathie is een van de factoren die uw seksleven kunnen verstoren. Meer over die factoren vindt u in het hoofdstuk "Leven met diabetes". Seksuele opwinding is een reactie van de bloedvaten in de geslachtsorganen op prikkels die worden aangestuurd via het autonome zenuwstelsel. Bij mannen leidt opwinding tot het stijf worden van de penis (een erectie) en bij vrouwen tot het vochtig worden van de schede.

Het is bij diabetes vooral de combinatie van zenuwschade en vaatschade die leidt tot een verstoorde seksuele opwinding, en tot een erectiestoornis (ofwel impotentie) bij de man. Ook faalangst kan een rol spelen: "Ik heb diabetes, dus het lukt vast niet". Soms is verkleving van de voorhuid als gevolg van schimmelinfecties de oorzaak.

50-60% van de mannen met diabetes heeft baat bij een erectiepil. De kans op effect is groter als de relatie met uw partner niets te wensen over laat, en als u in staat bent andere verstorende factoren zoveel mogelijk uit te schakelen. Het gebruik van erectiepillen in combinatie met een vaatverwijdend middel voor hartklachten kan gevaarlijk zijn, vraag dus uw huisarts om advies en een recept. Hoewel sommige bloeddruktabletten de kans op impotentie zouden verhogen helpt staken ervan zelden. Als een erectiepil geen effect heeft zijn er andere hulpmiddelen, zoals een ring, een vacuümpomp of toediening van een vaatverwijdend middel in de penis. Soms biedt een penisprothese uitkomst.

Bij vrouwen met diabetes blijken seksuele problemen vooral samen te hangen met geen zin hebben, en dat weer met depressiviteit. In een latere fase kan zenuwschade ook bij vrouwen leiden tot onvoldoende seksuele opwinding. Een glijmiddel kan de klachten van het niet vochtig worden van de schede opheffen.