Nadere info module "Meer over neuropathie"

Pijnlijke neuropathie

Klachten

We spreken van pijnlijke neuropathie of zenuwpijn als u onaangename gevoelsstoornissen hebt, ook al worden die klachten niet door iedereen omschreven als pijn. Een gevoelsstoornis uit zich in meer of minder voelen dan normaal, of in een veranderd gevoel.

"Meer voelen" merkt u als pijn. De pijn wordt scherp, stekend, brandend of zeurend genoemd, of vergeleken met speldenprikken of messteken. Het kan ook zijn dat u contact met kleren of lakens als pijnlijk ervaart.

"Een veranderd gevoel"  wordt vaak beschreven als prikkelingen, tintelingen, schokken, jeuk of kriebels "alsof er mieren op je huid lopen". Ook als een strak, schrijnend, heet of koud gevoel. Alsof je op kussens of watten loopt, of met blote voeten op heet zand of schelpen. Soms doof, alsof het been slaapt.

"Minder voelen" merkt u zelf vaak niet, maar kan uit het voetenonderzoek blijken.

Gevoelsverlies kan tegelijkertijd met pijnlijke klachten, zonder andere klachten of pas jaren later optreden. Het is soms lastig te begrijpen dat u wel pijn voelt, maar geen druk- of temperatuurverschil. Dat heeft te maken met het feit dat er verschillende zenuwvezels zijn voor de verschillende gewaarwordingen.

De gevoelsstoornissen beginnen in de tenen of aan de voetzolen en blijven vaak beperkt tot de hoogte van uw sokken. Later kunnen soms de benen en handen gaan meedoen.

De klachten wisselen in aard en ernst van persoon tot persoon. Veel mensen hebben er 's nachts meer last van. Zenuwpijn is hardnekkig, maar kan in de loop van jaren langzaam verdwijnen.

In een latere fase raken ook de bewegingszenuwen aangetast. Spierzwakte kan dan de oorzaak zijn dat u sneller vermoeid raakt bij een flinke wandeling. Combinaties van gevoels- en bewegingsstoornissen leiden tot onzeker lopen en een neiging tot struikelen, vooral in het donker.

Een acute vorm van pijnlijke neuropathie kan soms optreden als hoge glucosewaarden erg snel dalen door de behandeling. Daarom wordt gestreefd naar een geleidelijke daling van hoge glucosewaarden. Deze vorm komt gelukkig zelden voor en gaat vanzelf over.

Meer over pijn

Zenuwpijn is geen gewone pijn. Als u pijn heeft bij een zere kies of een verwonding dient dat als waarschuwing: er is iets niet in orde. Uw zenuwen geleiden de boodschap "pijn" dus niet voor niets. Bij zenuwschade sturen de aangetaste vezels spontane pijnprikkels naar uw hersenen, terwijl ter plaatse van de klachten (buiten de zenuw) niks mis is. Deze pijn heeft dus geen waarschuwende functie meer.

Net zoals bij netvlies en nier schade kan het bij zenuwschade van kwaad tot erger gaan. Het begint met een tekort aan voeding en zuurstof aan de zenuwuiteinden, wat leidt tot spontane prikkels met pijn en tintelingen.De verschillende zenuwvezels geven allemaal andere prikkels door, zoals pijn, aanraking, temperatuur of trilling. Bij verdere schade kunnen die verschillende gewaarwordingen in wisselende mate verloren gaan. Zo kan het voorkomen dat u pijn heeft op een plek waar u aanraking niet voelt.

Beschadigde zenuwen sterven nooit helemaal af. Hoewel de kracht van de voetspieren afneemt door aantasting van de bewegingszenuwen, ontstaat zelden een verlamming.

Als u geen pijn of druk voelt heeft u kans op ongemerkte wondjes en een voetzweer. Zenuwpijn in uw voet of onderbeen, of een voetzweer, leiden op zichzelf niet tot een amputatie, zoals soms wordt gedacht. Alleen wanneer een zweer door infectie en zuurstoftekort de kans krijgt om zich uit te breiden, kan amputatie nodig zijn.

Zuurstoftekort ontstaat door verkalking van de slagaders in de benen, en dat komt bij diabetes nogal eens voor. De bekendste klacht is krampende pijn in de kuit die optreedt bij lopen en snel verdwijnt bij rust. Dat wordt etalagebenen genoemd. Zenuwpijn treedt juist op in rust en verbetert vaak bij lopen. Er zijn meer verschillen. Om zelf een onderscheid te kunnen maken zijn de verschillen voor u samengevat in een overzicht. klik op het Overzicht zenuwpijn of etalagebenen als u het nu wilt bekijken.

Als u last heeft van zenuwpijn is het wellicht een goed idee een dagboekje bij te houden. U kunt daarin noteren hoe ernstig u uw pijn vindt op verschillende momenten van de dag. Dat geeft uw zorgverlener de nodige houvast bij het vinden van de behandeling die voor u het meest effectief is.
Hier laten we een voorbeeld zien:

Een dagboek formulier kunt u afdrukken door te klikken op Pijndagboek. In de toelichting via deze link Pijndagboek toelichting wordt uitgelegd hoe u uw pijn een cijfer kunt geven en het dagboekje kunt invullen.

 

Pijnstillers

Uit diverse onderzoeken blijkt dat pijnlijke zenuwschade vaak onvoldoende wordt behandeld. Op de gebruikelijke pijnstillers reageert zenuwpijn meestal niet, zoals u misschien zelf al heeft gemerkt.

Bij zenuwpijn zijn andere middelen nodig. Vervelend daarbij is, dat deze medicijnen bij de één wel en bij de ander niet helpen, dat het effect soms enige tijd op zich laat wachten, en dat ze meer bijwerkingen kunnen hebben dan de gewone pijnstillers. Soms is het middel erger dan de kwaal.

Bij de keuze voor een pijnstiller houdt uw arts rekening met uw leeftijd, en met andere complicaties of aandoeningen die u wellicht heeft, om de kans op bijwerkingen zo klein mogelijk te maken.

Vaak zal dat één van de middelen zijn die vooral worden voorgeschreven bij depressie of bij epilepsie: zogenaamde anti-depressiva en anti-epileptica. Bij diabetische neuropathie worden deze middelen gebruikt sinds ooit bij toeval is ontdekt dat ze ook goed zenuwpijn kunnen verlichten. Dat komt waarschijnlijk vooral door effecten in het centrale zenuwstelsel.

Anti-depressiva die helpen bij diabetische zenuwpijn zijn onder meer amitriptyline en duloxetine. Voorbeelden van werkzame anti-epileptica zijn gabapentine en pregabaline. Ook een morfine-achtig middel kan effectief zijn, zoals tramadol of oxycodon. Als het ene soort middel niet helpt of niet goed wordt verdragen probeert men een ander, of soms een combinatie.

De mogelijke bijwerkingen van de diverse tabletten laten we buiten beschouwing omdat ze verschillen per middel. Om bijwerkingen te vermijden zal uw arts met een lage dosis beginnen, en de dosis geleidelijk ophogen tot uw klachten goed te verdragen zijn. Dat is het doel van de behandeling.

Deze medicijnen werken niet goed als u ze alleen inneemt als u pijn heeft. U zult uw pijnmedicatie dan ook continu moeten gebruiken. Het eerder genoemde pijndagboekje kan u en uw arts helpen het effect van de pijnstiller te beoordelen en de behandeling zo nodig aan te passen. De kans dat de pijn helemaal verdwijnt is klein. Wanneer dat zo is kan de arts proberen de dosis langzaam te verlagen.

Er wordt veel onderzoek gedaan naar de wijze waarop zenuwbeschadiging bij diabetes ontstaat. Als we begrijpen wat er precies gebeurt kunnen wellicht pijnstillers worden ontwikkeld die effectiever zijn en minder bijwerkingen veroorzaken.

Wat ook helpt

Zenuwpijn blijft meestal bestaan, ondanks verbetering van uw glucosewaarden en ondanks de genoemde pijnstillers. Het is dus goed om te weten dat er ook andere manieren zijn om uw klachten te verlichten.

Zoals bij andere pijn helpt afleiding zoeken en uw aandacht op leuke dingen richten om minder last te hebben van de pijn. Chronische pijn, en de angst die pijn soms veroorzaakt, hebben een negatieve invloed op uw nachtrust en welbevinden, waardoor u meer last kunt hebben van de pijn. Tabletten tegen slapeloosheid of angst kunnen in dat geval helpen uw pijnklachten te verlichten.

Aanhoudende pijn kan er ook toe leiden dat u krampachtig zit of beweegt, en spierzwakte beperkt uw lichamelijke activiteit nog meer. Fysiotherapie en oefentherapie zullen dan bijdragen aan uw welbevinden.

Dat mensen met een botbreuk of kanker pijn hebben begrijpt iedereen. Pijn bij diabetes wordt vaak niet begrepen omdat men niets aan u ziet. Ook de last van de andere klachten wordt vaak onderschat.

U zult moeten uitleggen wat er aan de hand is om het zo welkome begrip te ondervinden van de mensen in uw omgeving. Daarnaast kunnen lotgenoten (zoals via de DVN) die uit eigen ervaring weten wat u doormaakt, u wellicht tot steun zijn.

Als wat u ook doet of slikt niet tot verlichting van uw klachten leidt, kan dat erg frustrerend zijn. Chronische pijn, slapeloosheid, angst en frustratie maken dat u last kunt krijgen van een depressie. Als u en uw zorgverleners daar alert op zijn, kunt u tijdig psychologische steun zoeken.

Naast de genoemde behandelvormen zijn er diverse middelen of methoden waar wel voorstanders voor te vinden zijn, maar waarvan een gunstig effect bij diabetische neuropathie niet wetenschappelijk is vastgesteld. Zo is vitamine B12 alléén werkzaam bij neuropathie door vitamine B12-tekort. Ook andere vitamines en voedingssupplementen zijn bij diabetische zenuwpijn niet bewezen effectief. Evenmin is duidelijk aangetoond dat acupunctuur of stimulering van het zenuwstelsel met zwakstroom werkelijk helpen de pijn te verlichten.

Als uw pijn niet voldoende vermindert met de eerder beschreven behandelingen kunt u worden verwezen naar een pijncentrum dat is gespecialiseerd in diabetische zenuwpijn, veelal in een ziekenhuis.