Lage glucose

Hoe ontstaat een hypo?

Diabetes is een ziekte met verhoogde glucosewaarden. Alleen bij behandeling met bloedglucose verlagende medicatie kan een hypo ontstaan. Bij behandeling met insuline komen hypo’s nogal eens voor, maar soms ook bij bepaalde tabletten. Hoe komt dat?

Bij iemand zonder diabetes wordt bij een dalend glucosegehalte (zoals na een tijd zonder eten of na een forse inspanning) de insuline afgifte geremd. Bij gebruik van insuline of tabletten die de insuline afgifte stimuleren werkt dat beveiligingsmechanisme echter niet. Dan kan er meer insuline in het bloed zijn dan nodig is voor het verwerken van de hoeveelheid bloedglucose op dat moment, met als gevolg een hypo.

Tabletten die de insuline afgifte stimuleren zijn de zogenoemde SU tabletten (zoals tolbutamide, glibenclamide, glimepiride en gliclazide) en ook repaglinide. Tabletten met een andere werking (zoals metformine of SGLT2-remmers) geven geen hypo’s. Ook bij GLP-1-analogen en DPP-4-remmers komen hypo’s zelden voor.

Een hypo ontstaat niet zomaar, meestal is er een bepaalde aanleiding of uitlokkende factor.

Zo kan een hypo ontstaan als u, in combinatie met insuline, te weinig koolhydraten heeft gegeten, als u meer inspanning heeft verricht dan u had verwacht of na fors alcohol gebruik.

Het kan ook zijn dat u flink bent afgevallen zonder dat de dosis van uw medicatie tijdig is verlaagd. Zelfs per ongeluk teveel tabletten slikken of teveel insuline spuiten komt wel eens voor. Sommige insulinegebruikers neigen tot hypo’s bij stress of rond de menstruatie.

Hypo’s bij SU tabletten zijn meestal niet ernstig of gevaarlijk, maar wel vervelend. Ernstige hypo’s komen bij SU tabletten vrijwel alleen voor bij mensen op hoge leeftijd, met verminderde lever- of nierfunctie, die tal van medicijnen gebruiken en slecht eten.

Het loont absoluut de moeite om bij een hypo na te gaan of er een uitlokkende factor was, zodat een volgende hypo wellicht kan worden vermeden.