Zelfcontrole

Hoe doe ik een zelfcontrole?

Wat heeft u nodig?

Voor het afnemen van een druppel bloed heeft u een prikpen met bijbehorende naaldjes (ook wel lancetjes genoemd) nodig. Voor de meting heeft u een bloedglucosemeter met de bijbehorende teststrookjes ofwel strips nodig.

Er zijn diverse soorten glucosemeters. De verschillen kunnen bijvoorbeeld zitten in de grootte van de meter of van het afleesvenster, in de benodigde hoeveelheid bloed of in de meetsnelheid. De meters kunnen uitgelezen worden via een computer.

zelfcontrole bij diabetesEr zijn ook verschillen in prijs en kwaliteit. De kwaliteit hangt samen met de nauwkeurigheid van de meting en de betrouwbaarheid van de meter onder verschillende omstandigheden. Om de kwaliteit te waarborgen worden keurmerken gehanteerd. Klik hier voor meer informatie over keurmerken.

Samen met uw zorgverlener kiest u de glucosemeter die voor u het meest geschikt is. Dat hangt onder meer samen met uw gezichtsvermogen en handvaardigheid. Ook het aanbod aan meters van uw zorgverzekeraar of leverancier kan daarbij een rol spelen. Recent is een keuzemenu ontwikkelt die u kan helpen bij het maken van een keuze, doe dit bij voorkeur samen met uw zorgverlener op de website www.keuzehulpbloedglucosemeter.nl/.

Een glucosemeter aanschaffen is één ding, goed met de meter omgaan is een ander verhaal. Een belangrijk verhaal, want een kleine slordigheid bij het meten leidt al gauw tot een onbetrouwbare uitslag. Daarover vindt u meer bij Problemen bij bloedglucosemeting onder "nadere info".

Zelfcontrole kunt u het beste leren van uw praktijkondersteuner of diabetesverpleegkundige, of op een cursus van de Diabetes Vereniging Nederland (DVN).

Tenslotte is het voor een betrouwbare uitslag van belang uw glucosemeter jaarlijks te laten checken tijdens de verpleegkundige jaarcontrole, de strips te bewaren in de originele verpakking en geen verlopen strips te gebruiken.

Uitvoering van de test

De uitvoering van de test kent verschillende stappen: de voorbereiding, de vingerprik, het aanbrengen van een bloeddruppel op het teststrookje, het meten zelf en de uitslag aflezen.
Om een betrouwbare uitslag te krijgen is het belangrijk de stappen nauwkeurig te volgen. We leggen uit hoe dat gaat aan de hand van een video. Klik op de volgende link, en bekijk de video 'Instructie video zelfcontrole'.

  1. Doe het naaldje in de prikpen
  2. Maak de meter gebruiksklaar (u stopt het teststrookje in de meter)
  3. U wast uw handen met zeep en warm water om de bloeddoorstroming in de vingers te bevorderen, en droogt uw handen goed af, een ontsmettend middel is niet nodig en kan de uitslag beïnvloeden
  4. Een vingerprik kan in het begin nog wat eng zijn, maar na enkele keren zal het u zeker meevallen, u prikt met de pen aan de zijkant van een vingertop, want de bovenkant is gevoeliger, wissel steeds van vinger
  5. U stuwt het bloed licht naar de vingertop toe, totdat er een druppeltje komt
  6. U zorgt dat de druppel op het testveld van het strookje komt
  7. Na 5 seconden kunt u de uitslag aflezen