Nadere info

Zelfcontrole op andere plaatsen

Nu er bloedglucosemeters zijn die maar een heel klein beetje bloed nodig hebben, is het mogelijk ook op andere plaatsen dan in de vingertoppen te prikken, zoals in een arm of bovenbeen.

Zelfcontrole op andere plaatsen (of ZOAP) wordt meestal AST genoemd, wat staat voor het Engelse Alternative Site Testing.

Het voordeel boven een vingerprik is dat het minder gevoelig is, maar er is een belangrijk nadeel: de glucosewaarde blijkt een half uur achter te lopen. U meet dus in feite de bloedglucose zoals die een half uur eerder was. Dat komt doordat er in de behaarde huid van arm of bovenbeen veel minder onderhuidse bloedvaatjes zijn dan in de vingers. Bij verdenking op een hypo (of op een snelle glucosestijging) moet men dus wel in de vingertop prikken, of desnoods aan de basis van pink of duim.