Zelfcontrole is geen doel op zich, maar een hulpmiddel om een zo goed mogelijke glucose-regulatie te bereiken.
Met de behandeling probeert u immers uw glucosewaarden binnen de afgesproken streefwaarden te houden, doorgaans tussen 4 en 9 mmol/l. U voelt zich daarbij fitter, en u houdt de kans op klachten en complicaties zo klein mogelijk.
Om goede waarden te bereiken en te behouden zal de hoeveelheid insuline in uw lichaam in balans moeten zijn met uw voeding en lichaamsbeweging. Er zijn tal van factoren die de balans beinvloeden en uw glucosewaarden doen schommelen.
Met zelfcontrole kunt u op elk gewenst moment uw bloedglucose bepalen. U kunt zien wat het effect op uw glucose is van uw medicatie, van wat u eet en drinkt, van meer of minder lichaamsbeweging, en van ziekte of stress.
Bij insulinegebruik is zelfcontrole erg belangrijk, omdat er soms grote glucose-schommelingen en hypo's bij kunnen voorkomen. Zelfcontrole geeft daar vat op, zoals we zullen uitleggen.
Zelfcontrole is ook de eerste stap op weg naar zelfregulatie, waarover meer aan het eind van dit hoofdstuk.
Het zelfcontrole-materiaal wordt bij insulinegebruik dan ook door de zorgverzekeraars vergoed.

Bij andere glucoseverlagende medicatie dan insuline ligt dat anders. Daarbij komen grote glucose-schommelingen en hypo’s zo zelden voor, dat de kosten van zelfcontrole meestal niet opwegen tegen het nut.
Zonder insulinegebruik kan zelfcontrole wél zinvol zijn in speciale omstandigheden.
Bv ter voorbereiding op insuline-behandeling, bij zwangerschap of bij mensen die hypo’s ervaren bij gebruik van S.U.-tabletten.
Gebruikt u geen insuline en wilt u uw glucose toch zelf kunnen meten? Dan kunt het beste even overleggen met uw zorgverlener. In dat geval zult u uw zelfcontrolemateriaal meestal wel zelf moeten betalen.
Reactie toevoegen