Infobladen

Infoblad Ons zenuwstelsel

Bewegingszenuwen geleiden opdrachten vanuit de hersenen om bepaalde spieren samen te trekken. Soms wanneer u dat wilt en zich ervan bewust bent (“ik sluit nu mijn ogen”), maar meestal gaat het onbewust (lopen, met je ogen knipperen).

Gevoelszenuwen geven aan de hersenen door hoe het met het lichaam is gesteld, of wat we zien, horen, proeven, ruiken en voelen. Belangrijke gevoelssignalen zijn pijn, warmte, kou, druk en trilling. We kunnen ook voelen hoe de stand is van onze ledematen. Voor de verschillende gewaarwordingen en signalen zijn er verschillende zenuwvezels in een zenuw.

Het autonome zenuwstelsel bestuurt processen waar we geen invloed op kunnen uitoefenen, zoals de hartslag, ademhaling, vertering, transpiratie en hormoonhuishouding. Het heeft twee delen, die tegengesteld werken. Als de één actief is, is de ander vanzelf minder actief:  

  • Sympathische zenuwen werken bij activiteit en stress. Ze activeren de spieren, ademhaling en hartslag, en maken dat de bloeddruk stijgt en het zweet ons soms in de handen staat. Hierbij spelen de hormonen adrenaline en noradrenaline (afkomstig uit het bijniermerg)  een belangrijke rol. Zij zorgen voor de prikkeloverdracht tussen zenuwcellen onderling en van zenuw- op spiercellen.
    Bij een dalende bloedglucose zorgt stimulering van het sympathische zenuwstelsel voor de  “waarschuwingssignalen” voor hypoglycemie, zoals trillende handen, hartkloppingen en zweten.
  • Parasympatische zenuwen zorgt voor rust, ontspanning en herstel. Ze bevorderen de vertering en afvalverwerking van het voedsel en versnellen de werking van de nieren. Tegelijkertijd vertragen ze de hartslag en de ademhaling.  

De autonome zenuwen zijn belangrijk voor de maagontlediging, een vlotte stoelgang, het vlot plassen en de seksuele opwinding (bv de erectie bij de man). Zij zorgen er ook voor dat uw bloeddruk niet daalt als u gaat staan.