Klachten ontstaan doorgaans bij een bloedglucose onder de 3.8-3.5 mmol/l. Als de glucose langere tijd hoog is geweest (zo boven de 10) dan kan een glucosedaling tot normale waarden soms al hypo-klachten geven. Het lichaam moet dan weer een tijdje leren wennen aan waarden tussen 4 en 9.
Eén van de eerste verschijnselen is een hongergevoel. Soms heb je al iets gegeten voor je in de gaten hebt dat er een hypo dreigt.
Andere vroege symptomen kunnen zijn: zweten, beven, bleekheid, wazig zien, hartkloppingen en prikkelbaarheid. Ze zijn een gevolg van de aanmaak van stress-hormonen, net zoals gebeurt als je erg angstig of geschrokken bent.
Deze symptomen zijn zeer nuttig, omdat ze u waarschuwen dat u op dat moment iets moet doen.
Bij gebruik van S.U.-tabletten komt verdere daling van de bloedglucose niet vaak voor, maar bij insulinegebruik kan dat wel. Als de glucose daalt onder 3 mmol/l krijgen de hersens last van het glucosetekort. Dat kan leiden tot duizeligheid, concentratie-stoornissen, met dubbele tong praten, hoofdpijn, dronkemans-gedrag, sufheid of verwardheid.
Indien dat onbehandeld zou blijven daalt de glucose verder, met toenemende sufheid, soms met trekkingen, welke kan uitmonden in een hypoglycemisch coma. Dat komt bij type 2 diabetes gelukkig niet vaak voor. Eigenlijk alleen bij langdurig gebruik van insuline én verlies van de waarschuwings-signalen.