Infobladen

Infoblad Goede voetenzorg

De voeten zijn bij diabetes kwetsbare onderdelen, die extra aandacht en zorg vereisen. Zenuwstoornissen en doorbloedingsproblemen maken dat wondjes gemakkelijker ontstaan, te lang onopgemerkt kunnen blijven en traag genezen. Het is dus zaak ze te voorkomen, en als ze er zijn, zorgvuldig te (laten) behandelen. Als u zelf niet in staat bent uw voeten goed te inspecteren (ook niet met een spiegel) of met uw vingers te controleren, zoek dan iemand die dat regelmatig voor u doet: een huisgenoot of een pedicure (voetverzorger).

Uw diabeteszorgverleners zullen jaarlijks uitgebreid uw voeten nakijken, maar dat is natuurlijk niet vaak genoeg! Hoe eerder onregelmatigheden of wondjes worden gemeld, hoe beter die behandeld kunnen worden. Pedicures (liefst met diabetes-aantekening) kunnen kleine problemen (zoals eelt en likdoorns) helpen voorkomen en behandelen. Bij standsafwijkingen van de voet (platvoet, holvoet, klauw- en hamertenen) en drukplekken of wondjes zijn drukontlastende maatregelen en wondverzorging door een podotherapeut (voetbehandelaar) nodig.


ADVIEZEN VOOR UW VOETEN
 

  1. Inspecteer en bevoel dagelijks uw voeten, ook de onderkant en tussen de tenen; let op blaren, eelt, likdoorns, kloofjes, schrammen, verkleuringen (rood, blauw, bleek) en vochtophoping
  2. Was uw voeten dagelijks met lauwwarm water, en dep ze goed droog. Gebruik baby-olie of vochtinbrengende crème, en vermijd talkpoeder (tenzij u zweetvoeten hebt)
  3. Knip uw voetnagels voorzichtig, niet te kort en recht af
  4. Pruts niet zelf aan eelt of likdoorns met pleisters, vloeistofjes, vijl of schaar! De kans op wondjes is veel te groot, laat dat dus over aan de pedicure
  5. Wees uiterst voorzichtig met een kruik; als u de warmte niet goed voelt kunnen brandblaren ontstaan; neem liever bedsokken; verwarm uw voeten niet bij open vuur
  6. Loop nooit op blote voeten, niet buiten en niet binnen; een teen is gauw gestoten en er ligt altijd wel iets scherps op de vloer of de grond
  7. Wandelen is goed, maar neem niet te grote stappen om overbelasting te voorkomen en gun uw voeten regelmatig rust; controleer bij lange wandelingen tussendoor op blaren
  8. Doe als u stil zit regelmatig wat voetgymnastiek om de bloedtoevoer te stimuleren, zonodig met een ‘voetroller’ (vraag uw pedicure of podotherapeut of dat wat voor u is…)

ADVIEZEN VOOR UW SOKKEN EN SCHOENEN

  1. Trek elke dag schone, droge en gave sokken, kousen of panties aan, bij voorkeur naadloos en zonder knellende elastieken boorden
  2. Kies gemakkelijke en goed passende schoenen, die uw voeten beschermen en voldoende teenruimte bieden; wissel dagelijks; koop schoenen het liefst ’s middags als uw voeten het dikst zijn; vermijd sportschoenen die zweten veroorzaken
  3. Kijk de binnenkant van uw schoenen regelmatig na op harde plekken; schud ze uit voor u ze aantrekt, om zeker te zijn dat er geen steentjes of zo inzitten

GA MET WONDJES DIE NIET BINNEN EEN PAAR DAGEN GENEZEN OF ER LELIJK UITZIEN, ALS U AAN VOETSCHIMMEL DENKT OF ALS UW VOET VERKLEURT, NAAR UW HUISARTS

MELD KLACHTEN (PIJN, TINTELINGEN, GEVOELLOOSHEID), EELT OF LIKDOORNS ALS U BIJ UW DIABETES-TEAM OP CONTROLE KOMT