Infobladen

Infoblad Insuline bewaren

Hoe u insuline bewaart voor een veilig gebruik

VERVALDATUM
Net als elk ander medicijn (en voedingsmiddelen) heeft insuline een beperkte houdbaarheid. De vervaldatum van die houdbaarheid staat op de verpakking én op elke pen, patroon of penfill. U kunt insuline veilig gebruiken wanneer u met een patroon of pen begint vóór de vervaldatum, mits u de insuline volgens onderstaande regels hebt bewaard. Als de vervaldatum voorbij is gooit u de insuline (-pen) weg.

IS MIJN INSULINE NOG GOED?
Sommige insulines zijn van nature helder, andere zijn melkachtig troebel doordat het mengsels zijn van twee soorten, of doordat ze gemengd zijn met een middel dat de werkingsduur verlengt. Als uw insuline er anders uitziet dan normaal (bruin verkleurd, of met vlokjes, korreltjes of deeltjes erin) is die mogelijk te warm of te koud geweest, of te oud. U gooit die insuline weg.

WEGGOOIEN ?
Medicijnen die u niet meer gebruikt (dus ook gevulde insulinepatronen en -pennen) levert u in bij uw apotheek. Het is niet de bedoeling dat u deze in de vuilnisbak of rode batterij-container doet.
Lege insuline-patronen en –pennen kunt u wél weggooien met het huisvuil, ze zijn gemaakt van afbreekbaar materiaal dat het milieu niet belast. Gebruikte naalden kunt u thuis bewaren in een speciale naaldcontainer. Die krijgt u en levert u in bij uw apotheek of bij de leverancier van uw hulpmiddelen.

TEMPERATUUR
Insuline kan absoluut niet tegen te hoge of te lage temperatuur. Het verliest dan snel zijn werkzaamheid. Een te hoge temperatuur (meer dan 25°C) ontstaat al gauw als insuline wordt blootgesteld aan volle zon of aan een tropisch warme omgeving. Ook bevriezen en temperaturen onder 2° C moet u vermijden.

BEWAREN
Onaangebroken patronen en pennen bewaart u

  • in de buitenverpakking ter bescherming tegen licht en temperatuurwisseling
  • in de koelkast tussen 4° en 8°C, op enige afstand van een vriesvak en van nog bevroren producten; bijvoorbeeld in de deur of groentelade (dus niet in een eventuele 0° -lade)
  • nooit in een geparkeerde auto (zelfs niet in het handschoenenvakje) waar zon en koude er vat op kunnen krijgen
  • als u in een warme omgeving geen koelkast heeft: in een thermoskan, gewikkeld in een koude vochtige handdoek of desnoods tussen lagen kleding
  • als u in een erg koude omgeving bent: tussen kleren of tussen verwarmend materiaal dat u bijvoorbeeld bij een buitensportzaak kunt krijgen
  • bij een vliegreis in uw handbagage, en niet in een koffer of tas die het bagageruim ingaat, omdat het daarin kan vriezen en die bagage soms veel later aankomt dan u zelf

Aangebroken patronen en pennen die u in gebruik hebt bewaart u

  • hooguit 4 weken
    • een patroon of pen bevat 300 eenheden insuline; er is dus alleen een probleem als u van een bepaalde insuline minder dan 10 eenheden per dag spuit; dan kan het handig zijn de datum waarop u met de pen of patroon begint (of waarop u hem weg moet gooien) op te schrijven
  • bij kamertemperatuur (15 tot 25°C), vanwege de houdbaarheid en omdat het spuiten van koude insuline pijnlijk kan zijn
  • in een erg warme omgeving tussen kleren of desnoods in speciale insulinekoeltasjes
  • in een erg koude omgeving (wintersport, hooggebergte e.d.) in een zakje vlak op uw lijf
  • op reis/onderweg in uw binnenzak, tasje of handbagage, met uw zelfcontrole-materiaal
  • NB insuline-koeltasjes zijn duur en meestal niet nodig; vermijdt in ieder geval de koelelementen!

OP REIS
In verre landen gelden de waarschuwingen m.b.t. de temperatuur vaak veel meer dan thuis. Probeer bovendien uw reserve-insuline (en zelfcontrole-materiaal) over de handbagage (en zo nodig het lijf) van uzelf en een reisgenoot te verdelen. Het is gewoon veiliger voor het geval er onderweg een tas kwijt raakt.