Nadere info

Meer over tabletten

De belangrijkste soorten glucoseverlagende tabletten hebben we besproken onder "Behandeling algemeen --> Tabletten" in dit hoofdstuk. Hier wordt iets beschreven over minder gebruikte en nieuwere medicijnen. Een overzicht van alle glucoseverlagende tabletten vindt u onderaan deze pagina.

Acarbose zorgt ervoor dat koolhydraten in de darm langzamer worden verteerd, waardoor glucose geleidelijker in het bloed wordt opgenomen, en glucose pieken na de maaltijd worden afgevlakt. Door zijn invloed op de darmfunctie kan een opgeblazen gevoel of diarree ontstaan, wat niet altijd door langzaam opbouwen van de dosis kan worden voorkomen. Acarbose is wat minder werkzaam dan andere middelen, en wordt ook wel gecombineerd met SU tabletten.

Repaglinide stimuleert de afgifte van insuline door de alvleesklier, op een iets andere manier dan SU tabletten. Het voordeel is dat repaglinide krachtiger en korter werkt, met een heel kleine kans op hypo klachten. Het is daardoor met name geschikt bij hoge glucosewaarden na de maaltijd, en voor mensen die op zeer wisselende tijdstippen eten. Een nadeel is dat het door de meeste verzekeraars niet wordt vergoed.

De DPP4-(dipeptidylpeptidase 4)remmers horen tot een nieuwere generatie bloedglucoseverlagende middelen, die de incretine stofwisseling beïnvloeden. Incretines zijn hormonen die als reactie op voeding in de dunne darm worden aangemaakt en dan zorgen voor een goede verwerking van glucose. De werking van incretines blijkt bij type 2 diabetes verminderd te zijn. DPP4-remmers of ‘gliptines’ remmen de afbraak van de incretine hormonen, waardoor de hoeveelheid daarvan in het bloed stijgt. Daardoor neemt ondermeer de afgifte van insuline toe.
Ze verlagen de bloedglucose met een zeer geringe kans op hypo's en zonder gewichtstoename. Deze middelen worden door de zorgverzekeraar vergoed als de bloedglucose onvoldoende onder controle is met een SU tablet en/of metformin. Deze tabletten lijken op korte termijn weinig bijwerkingen te hebben, maar over de effecten en veiligheid op lange termijn is nog onvoldoende bekend.

De werking van SGLT2-(sodiumglucose-cotransporter 2)remmers berust op het simpele idee gebruik te maken van de manier waarop het lichaam van nature een overmaat aan bloedglucose afvoert: via de urine. Daarom is veel plassen een kenmerk van fors verhoogde glucosewaarden. Het stofje SGLT2 in de nieren zorgt er voor dat vrijwel geen glucose via de urine verloren gaat, zolang de bloedglucose niet erg gestegen is. Door SGLT2 te remmen neemt de glucose uitscheiding in de urine al bij matig verhoogde glucosewaarden toe, waardoor de bloedglucose daalt. SGLT2-remmers geven geen hypo’s en hebben waarschijnlijk gunstige effecten op gewicht, bloeddruk en bloedvetten. De kans op urineweginfecties en schimmelinfecties van onderen is echter verhoogd. Deze middelen zijn nieuw, waardoor nog onvoldoende bekend is over de effecten, bijwerkingen en veiligheid op de lange termijn.

Men kan alle glucoseverlagende middelen ook indelen naar de plaats waar ze aangrijpen op de glucose stofwisseling: lever, alvleesklier, spieren of darmen. Ter illustratie nodigen wij u uit te kijken naar een video uit de Vlaamse versie van DIEP®. Klik op de volgende link om de video 'Glucoseverlagende medicatie' te starten.

De belangrijkste gegevens van de verschillende soorten tabletten hebben we samengevat in onderstaand overzicht. Een pdf-versie daarvan om af te drukken vindt u onderaan de pagina.