Home > Zelfcontrole > Hoe doe ik dat? - Uitvoering van de test

Zelfcontrole - Hoe doe ik dat? - Uitvoering van de test

 2/2 
vorige   volgende

De uitvoering van de test kent verschillende stappen: de voorbereiding, de vingerprik, het aanbrengen van een bloeddruppel op het test-strookje, meten en de uitslag aflezen.

Om een betrouwbare uitslag te krijgen is het belangrijk de stappen nauwkeurig te volgen.

Ter voorbereiding doet u het naaldje in de prikpen, ....

... en maakt u de meter gebruiksklaar.

Controleer of de code op het potje met strips overeenkomt met de code op het afleesvenster van uw meter.

U wast uw handen met zeep en warm water om de bloeddoorstroming in de vingers te bevorderen, en droogt uw handen goed af. Een ontsmettend middel is niet nodig en kan de uitslag beinvloeden.

Een vingerprik kan in het begin nog wat eng zijn, maar na enkele keren zal het u zeker meevallen. U prikt met de pen aan de zijkant van een vingertop, want de bovenkant is gevoeliger. Wissel steeds van vinger, en vermijd zo mogelijk uw duim en wijsvinger, omdat u die het meest gebruikt.

U stuwt het bloed licht naar de vingertop toe, totdat er een druppeltje komt.

Het is afhankelijk van uw meter of u eerst het teststrookje in de meter stopt en dan zorgt dat dat de druppel op het testveld van het strookje komt, of omgekeerd.

Na 5 tot 15 seconden kunt u de uitslag aflezen.