Zelfcontrole - Hoe vaak meten?
Hoe vaak moet u meten? Het antwoord is simpel: zo vaak als nodig en zinvol is. Maar wat betekent dat? Het hangt af van een aantal factoren.
Zo speelt het type diabetes een rol. Bij type 1 en zwangerschaps-diabetes is meermaal daags meten een voorwaarde voor een scherpe glucose-regulatie.
Bij type 2 diabetes maakt het uit welke medicatie u gebruikt. Veel tablet-gebruikers zijn ook zonder zelfcontrole goed ingesteld. Af en toe meten is dan zinvol om het effect van meer of minder koolhydraten en inspanning te leren zien. Bij insulinegebruik geldt vaak: hoe meer injecties per dag, hoe vaker meten.
Ook de kwaliteit en stabiliteit van uw diabetes-regulatie spelen een rol. Als uw diabetes goed is ingesteld kunt u met minder zelfcontrole toe, dan als u zoekt naar een verklaring voor te hoge of te lage waarden. Verandering van uw medicatie, en met name het overgaan van tabletten op insuline, is een goede reden uw glucose een tijdje vaker te meten, tot de situatie is gestabiliseerd.
Ook de kans op hypo's is van belang. Bij gebruik van een S.U.-tablet of insuline is meting van uw bloedglucose nuttig om hypo's vast te stellen zodra u de eerste klachten ervaart. Of nog beter om een hypo te vermijden, door vóór een forse inspanning te kijken of, bij een wat lage glucosewaarde, wellicht eerst extra koolhydraten nodig zijn.
Meermaal daags uw bloedglucose testen is erg zinvol als sprake is van factoren die uw diabetes kunnen ontregelen. Denk daarbij aan stress of ziek zijn, intensief sporten of vakantie.
Een belangrijke factor tenslotte is, wat u met het meten van uw bloedglucose op een bepaald moment beoogt: wat is het doel, wat doet u met de uitslag?

